Dat zegt de Duitse econoom Daniel Gros, directeur van het Center for European Policy Studies (CEPS) in Brussel: „Vergeleken bij de komende bankencrisis was de vorige kinderspel.”
Het probleem is volgens Gros dat overheden banken tijdens de kredietcrisis overeind hielden, maar niet herstructureerden. Anders dan in de Verenigde Staten hebben zij geen openbare stresstests gedaan om banken te dwingen vers kapitaal aan te trekken en weer gezond te worden. „Geen Europees land wil dat zijn nationale banken onderuit gaan. Dus dekken regeringen de resultaten van stresstests af.”
Gros noemt het „korte-termijndenken van deze lieden echt ongelooflijk”. Niemand weet nu welke banken gezond zijn en welke niet. Voor beleggers is dit cruciale informatie, omdat bijvoorbeeld Duitse, Franse en Nederlandse banken veel spaargeld geleend hebben aan Spaanse bouwprojecten. Uit cijfers van de Bank of International Settlements in Basel blijkt dat Nederlandse banken – en wellicht pensioenfondsen – daarin bijna 127 miljard euro hebben geïnvesteerd en Duitse banken het dubbele. Nederlandse banken hebben overigens ook 12 miljard aan Griekse staatsobligaties. Nu Spaanse caja’s, spaarbankjes, een voor een bezwijken omdat hún leningen aan de bouwsector niet worden terugbetaald, „verspreidt de rot zich door Europa”. Zo versterken de kredietcrisis, de obligatiecrisis en de economische crisis elkaar. Als grensoverschrijdende banken wankelen, zijn de economische en politieke gevolgen immens.



